Steeds meer niet-westerse allochtone bijstandstrekkers, zoals Marokkanen, Surinamers, Antillianen en Turken, lopen tegen de lamp omdat ze in het land van herkomst eigen landhuizen, appartementen, bedrijven of landerijen hebben.
In minimaal tien procent van de onderzochte zaken blijkt dat er verzwegen bezit is in het buitenland. Aan het recht op bijstand in Nederland zijn strikte voorwaarden verbonden. Zo moet de bijstandstrekker exact opgeven wat voor bezit of vermogen er is, ook in het buitenland. Voor Nederlandse bijstandstrekkers is dat redelijk simpel na te gaan, maar een stuk lastiger wordt het als het land van herkomst bijvoorbeeld Marokko, Turkije of Suriname wordt.Uit gegevens van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat vorig jaar de bezittingen en inkomsten van 945 personen die in Nederland een bijstandsuitkering ontvangen, zijn nagetrokken. De onderzoeken zijn uitgevoerd door het Bureau Fraude Informatie in samenwerking met de sociaal attachés op de ambassades van Turkije, Marokko, Suriname en Spanje. Hoewel het vaak lastig is om exact informatie te achterhalen over het (verzwegen) woningbezit of de (niet opgegeven) inkomsten, blijkt tot nu toe dat er in tien procent van de onderzoeken een sanctie moet worden opgelegd. Het fraudepercentage wordt mogelijk beïnvloed doordat het aantal niet-westerse allochtonen in de bijstand hoog is: circa veertig procent van de bijstandstrekkers is van niet-westerse allochtone afkomst. Minister Kamp (Sociale Zaken) zal de Tweede Kamer morgen nader informeren.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten